Trillen
Ik ging een visje halen op de markt. Het was druk. Vrouwen verdrongen zich om een kledingrek (3 euro, niet ruilen). In de kraam ernaast verkochten ze eieren met dubbele dooiers, eentje verder bh’s met panterprint. Ik zag met nep bont gevoerde laarzen, Stolwijker boerenkaas, winterharde, extra grootbloemige violen. Ik zag grillpoten, kantoordropmix en gebleekt katoen van eerste klas kwaliteit.
Lees meer "Gelderlandercolumn 106" »
Fans
Ik hoorde iemand zeggen: ‘Oh, het is Jan Smit.’ Alsof Jan Smit elke woensdag om 16.00 uur op winkelcentrum Kronenburg tegenover schoenenwinkel Freriks zijn nieuwe single ‘Hou je dan nog steeds van mij’ komt signeren.
Lees meer "Gelderlandercolumn 105" »
Drie meisjes
We gingen lunchen aan de voet van de Mandelabrug. We keken uit over de kade. Het water van de Rijn lag er aanlokkelijk bij. Precies boven ons hingen de woorden ‘Blauwe lucht’, onderdeel van het kunstwerk van Rémy Zaugg. De kunstenaar had het eigenlijk gemaakt voor de Frostbrug. Zoals dat gaat in Arnhem kwam het werk uiteindelijk aan de Mandelabrug te hangen. Ik keek er deze week niet van op toen ik het Johnny van Doornmonument op het Brouwersplein aantrof.
Lees meer "Gelderlandercolumn 104" »
Technicolor-paars
Het was naar het zich liet aanzien de laatste zomerse dag van dit jaar. Wat doe je dan als Arnhemmer? Dan trek je de natuur in. En als begin september de heide in bloei staat ga je naar de Posbank. We waren vroeg. De dauw stond nog op de spinnenwebben die als witte doekjes tussen de heidestruiken hingen. We keken uit over de paarse heuvels. Als je de Posbank oprijdt via de Schietbergseweg rijdt je op een gegeven moment tussen die paarse heuvels door. Dat is een andere wereld. Wat het nog futuristischer maakt: dat paars is zo’n echte technicolor-kleur die me doet denken aan oude afleveringen van Star Trek. Ik zou niet eens opkijken als commanding officer Dr. Spock de heuvel afloopt en zoiets zegt als “A curious metaphor, doctor, as a stallion must first be broken before it can reach its potential.”
Lees meer "Gelderlandercolumn 101" »
Donderdag beleefde ik een hoogtepunt. Aan de ontbijttafel kreeg ik een historische sensatie. Mensen die zich bovenmatig in het verleden interesseren zullen het herkennen. Het gevoel uit het hier en nu te treden en je voor een moment één te voelen met het verleden. Zoals in museum Bronbeek waar ik oog in oog stond met een Chinese haarvlecht en mij één van de mariniers waande, die tijdens een nachtelijke sloepentocht door de Indische wateren, stuitte op de Chinezen van Singkawang, waarvan er een, de drager van de staart, in het daaropvolgende gevecht sneuvelde.
Voor een historische sensatie hoef je geen lsd te slikken. Het geestverruimende middel bestaat uit een uit het verleden overgeleverd object. De bewuste donderdagochtend ging het om de poster van de Vliegweek Arnhem in 1910 die in de voor mij opengeslagen krant stond afgedrukt. ’28-29-30-31 augustus. Landgoed Warnsborn. Clément van Maasdijk. Entree: eerste rang 1 gld, tweede rang 50 cts.’ Het verleden had mij direct te pakken. In gedachten liep ik de deur uit, spande het paard voor de wagen (ik woonde in Zuid in een boerderij) en vetrok naar de stad (over de schipbrug) om bij de sigarenboer mijn entreebewijs voor de Vliegweek zeker te stellen (daarna nog even door de stad slenteren en dametjes kijken in Sonsbeek). Ik ontwaakte uit de trip toen E. om een bord pap vroeg.
Clément van Maasdijk was luchtvaartpionier. Dat valt in de categorie zeeheld en ontdekkingsreiziger. Hij stapte in een van doeken en houten latten getimmerd vliegtuig. Dat zie je niemand meer doen tegenwoordig. Wij hechten teveel aan het leven. Ons huis, de auto, het werk. Trivialiteiten voor wie er van droomt te kunnen vliegen. Overigens moest Van Maasdijk het vliegen bekopen met de dood. Hij gaf de avond voor aanvang van de Vliegweek een korte demonstratie aan zijn verloofde. Ze stond er bij toen hij neerstortte op de Warnsbornse heide.
(Column Gelderlander 13/3/2010)